Grotere fysieke afstand tussen de ouders kan volgens de rechtbank tot meer rust leiden. Toestemming verhuizing.

Partijen zijn gezamenlijk met het gezag over de minderjarigen belast. Dit brengt mee dat de moeder voor het wijzigen van de woonplaats van de minderjarigen en voor de inschrijving op een andere school in beginsel toestemming van de vader nodig heeft. Indien partijen het hierover niet eens worden, kan het geschil worden voorgelegd aan de rechter op grond van artikel 1:253a Burgerlijk Wetboek.
Ter zitting is gebleken dat partijen niet in staat zijn om hier op dit moment samen afspraken over te maken. Een vergelijk op grond van artikel 1:253a lid 5 BW is dan ook niet mogelijk gebleken.

Om een beslissing te kunnen nemen in het kader van artikel 1:253a BW dienen de belangen van de minderjarigen een eerste overweging van de rechtbank te vormen. Echter, conform vaste rechtspraak (onder meer Hoge Raad 25 april 2008, LJN BC5901) dient de rechter bij de beslissing over een geschil als het onderhavige, met als uitgangspunt gelijkwaardig ouderschap, alle omstandigheden van het geval in acht te nemen en alle belangen af te wegen. Hieronder vallen onder meer:
- het recht en belang van de vrouw om te verhuizen en de vrijheid om haar leven opnieuw in te richten;
- de noodzaak om te verhuizen;
-de mate waarin de verhuizing is doordacht en voorbereid;
- de door de verhuizende ouder geboden alternatieven en maatregelen om de gevolgen van de verhuizing voor de kinderen en de andere ouder te verzachten en/of te compenseren;
- de mate waarin de ouders in staat zijn tot onderlinge communicatie en overleg;
- de rechten van de andere ouder en de kinderen op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving;
- de verdeling van de zorgtaken en de continuïteit van de zorg.

De rechtbank stelt allereerst vast dat er voor de moeder noodzaak was om een baan te zoeken en andere woonruimte. De moeder ontvangt immers geen alimentatie en is genoodzaakt zichzelf en de kinderen te onderhouden. Daarnaast stelt zij dat de relatie met haar huidige partner is beëindigd. Dit maakt het betrekken van andere woonruimte noodzakelijk. Zij heeft daarbij het recht en belang om haar leven opnieuw in te richten op de door haar gewenste wijze.

De rechtbank is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de moeder de verhuizing voldoende heeft doordacht en voorbereid. Zij heeft een baan en woonruimte gezocht in de plaats waarin een deel van haar netwerk, te weten haar familie, woont. Ook [kind 1] en [kind 2] kennen [woonplaats] hierdoor al. De afstand tussen [woonplaats] en [woonplaats] is overzichtelijk. Bovendien blijkt uit het door partijen opgestelde ouderschapsplan, alsmede uit de beschikking inzake de voorlopige voorzieningen van 6 juli 2015 van deze rechtbank, dat partijen samen ook al gesproken hebben over een mogelijke verhuizing van de moeder met de kinderen naar [woonplaats] . Dat de vader een ander idee heeft dan de moeder over wat geschikte woonruimte zou zijn, doet hier niet aan af. Gesteld noch gebleken is dat de moeder een woonruimte wil betrekken die op enigerlei wijze schadelijk voor de kinderen zou kunnen zijn. Dat er sprake is van een badkamer die eventueel gedeeld moet worden met andere bewoners van de desbetreffende woning, is niet zodanig bezwaarlijk dat de moeder hier niet met de kinderen zou kunnen gaan wonen. Bovendien heeft de moeder meegedeeld dat zij in [woonplaats] verder zal zoeken naar andere woonruimte. De rechtbankbank weegt voorts mee dat de moeder ter terechtzitting uitdrukkelijk heeft meegedeeld dat zij wel degelijk de vader heeft betrokken bij de voorgenomen verhuizing en de keuze van de school. Zo heeft zij de vader gevraagd mee te gaan naar een kennismakingsgesprek op de school in [woonplaats] , zonder dat zij de kinderen daar al had ingeschreven. De vader heeft dit ook niet weersproken.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat de rechten van de vader en de kinderen op onverminderd contact met elkaar in hun vertrouwde omgeving door een verhuizing naar [woonplaats] niet worden aangetast. De huidige verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, alsmede de telefonische contacten tussen de vader en de kinderen, blijven immers gehandhaafd en de kinderen blijven ook naar het huis van de vader gaan volgens hetzelfde stramien als zij gewend waren. De ouders zijn ook zelf een reiskostenvergoeding overeen gekomen waarbij de moeder een bedrag aan de vader betaalt, in het geval de moeder zou gaan verhuizen. De rechtbank begrijpt wel dat de vader er moeite mee heeft dat hij dan minder zicht krijgt op de dagelijkse activiteiten van de kinderen, zoals het fietsen door de straat of het spelen op het schoolplein. Wanneer de moeder echter naar een ander deel van [woonplaats] zou verhuizen, zou dit ook het geval kunnen zijn. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat, gelet op hetgeen er in de afgelopen periode allemaal gebeurd is, alsmede op de verstoorde verhouding tussen de ouders en de incidenten die er blijkbaar, ook op het schoolplein, plaatsvinden, het van belang is dat er rust in de situatie komt. Een grotere fysieke afstand tussen de ouders zou naar het oordeel van de rechtbank kunnen leiden tot meer rust voor alle partijen.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de moeder recht en belang heeft bij haar verhuizing met de kinderen naar [woonplaats] en dat de belangen van de kinderen daardoor niet worden geschaad. De rechtbank zal derhalve vervangende toestemming voor de verhuizing verlenen en voor de inschrijving van de minderjarigen op hun school in [woonplaats].

Rechtbank Midden-Nederland 28 augustus 2015, ECLI:NL:RBMNE:2015:6489