Niet verlengen van een omgangs-OTS omdat het de strijdende ouders contraproductief een strijd-podium geeft

De rechtbank stelt allereerst vast dat de ondertoezichtstelling er tot op heden niet voor heeft gezorgd dat de ontwikkelingsbedreiging van de minderjarigen is afgewend. De vader en de moeder geven beiden aan dat een te zachte aanpak door de gezinsvoogd hieraan debet is. De rechtbank merkt op dat zowel vader als moeder na deze gezamenlijke constatering niet verder komen dan de opvatting dat van bureau jeugdzorg een stevigere aanpak had mogen worden verwacht (richting de andere ouder). Echter een wezenlijk andere aanpak stellen zij niet voor. Zo zijn zij bijvoorbeeld niet in staat om samen af te spreken om in combinatie met een meer stevige aanpak gezamenlijk af te zien van alle vormen van juridische strijd.

Anders dan de raad is de rechtbank van mening dat de ondertoezichtstelling thans teveel verworden is tot een platform voor ouders om elkaar te bestrijden en hun eigen verantwoordelijkheid af te schuiven op derden. Een meer dwingende aanpak brengt in deze het risico mee van een neerwaartse spiraal. De rechtbank stelt voorop dat het de ouders zijn die verantwoordelijk zijn voor de opvoeding van de kinderen en hun welzijn en dat zij die niet kunnen af schuiven op bijvoorbeeld bureau jeugdzorg. Gelet op de zorgen die nu leven met betrekking tot kinderen is het van groot belang dat ouders hun verantwoordelijkheid nu ook daadwerkelijk gaan nemen.

Kijkend naar de recente positieve ervaringen van bureau jeugdzorg in het kader van de aanwijzing om de communicatie tussen ouders op gang te krijgen, constateert de rechtbank dat het niet ondenkbeeldig is dat ouders dit positieve, maar weliswaar nog broze, begin aan communicatie alsnog verder kunnen uitbouwen, op voorwaarde dat het huidige platform om te strijden hen wordt ontnomen. Dit laatste voorkomt dat zij telkens maar weer bij (wisselende) anderen de verantwoordelijkheid kunnen leggen voor het oplossen van hun onderlinge problemen. Daarbij acht de rechtbank het van groot belang dat ouders enige vorm van vrijwillige hulpverlening, zoals bijvoorbeeld de door bureau jeugdzorg uitgestoken hand van het aanbod voor begeleiding op vrijwillige basis, aannemen.

Rechtbank Overijssel, 29 augustus 2014, ECLI:NL:RBOVE:2014:4688