Ook interen op niet liquide vermogen van belang bij vaststellen draagkracht

In de beschikking van het hof ontbreekt een toereikend gemotiveerde verwerping van de met het oog op de vaststelling van de draagkracht van de man als essentieel te beschouwen stelling van de vrouw dat in de gegeven omstandigheden van de man kan worden verwacht dat hij inteert op zijn vermogen, welk vermogen, anders dan waarvan het hof kennelijk is uitgegaan, niet slechts bestond uit de na verkoop van de apotheek opgebouwde beleggingsportefeuille maar ook uit de volgens de vrouw aanzienlijke overwaarde van het woonhuis te [plaats]. De onderdelen klagen voorts terecht dat in dit geval de motivering ook tekortschiet in het licht van de omstandigheden aan de zijde van de vrouw die het hof brachten tot het (in cassatie niet bestreden) oordeel dat beëindiging van de alimentatie-uitkering van zo ingrijpende aard is dat deze naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet van de vrouw kan worden gevergd.

Hoge Raad 28 januari 2011, LJN: BO7113