Partijen wonen enkele jaren samen. De vrouw breekt zwangerschap af op voorwaarde dat zij de helft van de overwaarde van de woning van de man ontvangt.

Zowel de rechtbank en het gerechtshof Amsterdam oordeelden dat een dergelijke overeenkomst in strijd is met de goede zeden (art. 3:40 BW). Het Hof oordeelde als volgt:
De beslissing tot het afbreken van zwangerschap is onvervreemdbaar en dient in volledige vrijheid te worden genomen. Een verplichting daartoe kan niet rechtsgeldig worden aangegaan. Evenzeer is in strijd met de goede zeden een toezegging, als door [appellante] gesteld, voor het geval zij een abortus laat uitvoeren. De overeenkomst is daarom – wegens strijd met de goede zeden - nietig en de door [appellante] ingestelde vordering tot betaling (van de helft van de overwaarde van de woning) kan op zodanige (eenzijdige) overeenkomst niet worden gegrond. Anders dan [appellante] lijkt te menen doet aan dit oordeel niet af dat zij de beslissing om zich te laten aborteren al had genomen voordat de overeenkomst door haar was aangegaan.
Gerechtshof Amsterdam, 11 november 2008,
LJN BH4138