Volgt uit art. 1:166 BW (reparatiehuwelijk) dat de duur van het eerste huwelijk moet worden opgeteld bij de duur van het tweede huwelijk bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van een kortdurend huwelijk als bedoeld in art. 1:157 lid 6 BW?

Art. 1:166 BW brengt in meer algemene zin met zich mee dat indien gescheiden echtgenoten met elkaar hertrouwen, alle gevolgen van het huwelijk van rechtswege herleven, alsof er geen echtscheiding heeft plaatsgehad. Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat art. 1:157 lid 6 BW is gebaseerd op de gedachte dat bij een huwelijk dat kinderloos is gebleven en slechts kort heeft geduurd de achterstand van de vrouw op de arbeidsmarkt ten gevolge van het huwelijk niet bestaat en op betrekkelijk korte termijn kan worden ingelopen. Gezien deze ratio ligt het voor de hand twee op elkaar volgende huwelijken gelijk te stellen met een huwelijk dat even lang heeft geduurd als beide huwelijken. Art. 1:157 lid 6 verzet zich dus niet tegen de toepassing van art. 1:166.
Hoge Raad 4 mei 2007, LJN
BA0038