Kan het bepaalde van artikel 1:159 lid 3 BW bij overeenkomst worden uitgesloten?

De eerste vraag die aan het hof ter beantwoording voorligt is of de partijen bij convenant het derde lid van artikel 1:159 BW konden uitsluiten. Het hof beantwoordt deze vraag ontkennend. Aan de vrouw kan worden toegegeven dat een alimentatiebeding een overeenkomst is tussen partijen die zich kenmerkt door de contractsvrijheid van partijen en daarmede dus afwijkt van de wet, nu volgens de wet partneralimentatie te allen tijde vatbaar is voor wijziging bij een relevante wijziging van omstandigheden of wanneer is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens. Echter, deze contractsvrijheid wordt begrensd door de wet en de jurisprudentie. Naar het oordeel van het hof betreft het bepaalde in artikel 1:159 lid 3 BW geen regelend recht, zodat partijen deze bepaling niet kunnen uitsluiten. Aan de alimentatieplichtige moet de mogelijkheid geboden blijven wijziging van het alimentatiebeding te vragen wanneer hij op grond van een zo ingrijpende wijziging van omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer aan het beding mag worden gehouden.

Gerechtshof Den Bosch 23 juli 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:2810