Welk vermogen behoort tot het te verrekenen vermogen. Vrouw heeft overgespaard inkomen voor een bedrag van € 360.000 verkeerd belegd.

Naar het oordeel van het hof heeft de vrouw niet bewezen dat voornoemd bedrag enkel is onttrokken aan de vennootschappen van partijen. Nu op de vrouw de bewijslast rust van haar stelling en de vrouw hier niet in slaagt, zal het hof uitgaan van de gemotiveerde stelling van de man dat het geld afkomstig was uit het privévermogen van partijen. Ter zitting is door de man desgevraagd verklaard dat het vermogen op deze privérekening is gevormd door overgespaard inkomen en dat niet meer is te achterhalen waar deze gelden precies vandaan komen. Het hof stelt derhalve vast dat het door de vrouw aangewende vermogen om mee te beleggen klaarblijkelijk overgespaard inkomen betrof. Partijen zijn in de huwelijkse voorwaarden overeengekomen dat zij het overgespaarde inkomen jaarlijks zullen verrekenen. Partijen hebben aan dit beding geen uitvoering gegeven, zodat het aanwezige overgespaarde niet gedeelde inkomen nog tussen hen moest worden verrekend. Nu sprake is van gemeenschappelijk overgespaard inkomen op een gemeenschappelijke bankrekening, was de vrouw bevoegd om over die rekening en het saldo daarvan te beschikken. Aangezien het beleggingsresultaat nihil was, staat daarmee vast dat het betreffende bedrag van € 360.500,- aan overgespaard inkomen op de peildatum niet langer aanwezig was en er derhalve niets meer te verrekenen is. Er is niet sprake van onttrekking door de vrouw aan het vermogen van de man ten bate van haar zelf. Het is niet gesteld noch gebleken dat de vrouw een positief beleggingsresultaat niet met de man zou hebben willen delen. Nu de man geen beroep op benadeling heeft gedaan ex artikel 1:139 BW- daargelaten of aan de voorwaarden voor toepassing daarvan zou zijn voldaan - ontbreekt de grondslag voor het door de man gedane verzoek en zal het hof de bestreden beschikking te dien aangaande vernietigen.

Gerechtshof Den Haag 22 juli 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2143