Wijziging partneralimentatie. Niet-wijzigingsbeding. Falend beroep op dwaling en misbruik van omstandigheden.

De man komt met zijn eerste grief op tegen de verwerping van zijn beroep op dwaling. Hij betoogt dat hij niet heeft begrepen wat de betekenis van dit beding was en dat hij daarover door de vrouw en haar advocaat onvoldoende is geïnformeerd. De advocaat van de vrouw heeft de betekenis van het convenant met het niet-wijzigingsbeding niet nadrukkelijk met hem besproken (evenmin als haar kantoorgenoot). Hij heeft het beding zo begrepen dat hij geen verkorting van de duur van de onderhoudsplicht kon verzoeken, maar niet dat hij geen wijziging van de hoogte van de bijdrage kon verzoeken. Hij voert aan het beding zo te hebben verstaan dat als hij minder zou gaan verdienen, een wijziging van de bijdrage in overleg met de vrouw kon worden geregeld. Hij heeft het concept-convenant ontvangen en had dus alle bepalingen daarvan kunnen lezen, ware het niet dat hij zwaar dyslectisch, bijna analfabeet, is. Bovendien is hij onervaren in het lezen en begrijpen van de juridische taal. Hij betoogt dat hij een onjuiste voorstelling van zaken had bij het niet-wijzigingsbeding.
Hof:

Dwaling

5.4
Als onbetwist staat vast dat de man dyslexie heeft. De mate van zijn dyslexie staat evenwel ter discussie. De vrouw heeft betoogd dat de man geen beperking kent bij het begrijpend lezen. Zij heeft aangevoerd dat zij de man tijdens het huwelijk uitsluitend heeft moeten helpen met het spellen van bepaalde woorden en de zinsopbouw bij het schrijven, hetgeen de man onvoldoende heeft weersproken. Evenmin heeft hij onvoldoende weersproken het betoog van de vrouw dat hij zelf als eerste een convenant/brief heeft opgesteld, dat er diverse e-mails tussen hem en de advocaat van de vrouw zijn gewisseld en dat hij naar aanleiding van het door de advocaat van de vrouw opgestelde en aan hem toegezonden concept-convenant, telefonisch contact met de advocaat van de vrouw heeft opgenomen over artikel 16 omdat hij dit artikel wilde wegstrepen tegen een andere post. De vrouw heeft voorts aangevoerd dat de man zijn theorie-examens, waarvoor hij moet kunnen lezen, allemaal in één keer heeft gehaald, hetgeen de man niet heeft betwist. Naar het oordeel van het hof heeft de man zijn stelling dat zijn dyslexie hem heeft belet alle bepalingen van het concept-convenant te kunnen lezen en begrijpen, tegenover de gemotiveerde betwisting door de vrouw onvoldoende aannemelijk gemaakt. Daarbij laat het hof tevens meewegen dat de man een ontwikkeld persoon is en in het verleden leidinggevende functies heeft bekleed. Een bewijsaanbod heeft de man niet gedaan.

5.5
Evenmin heeft de man tegenover de gemotiveerde betwisting door de vrouw voldoende aannemelijk gemaakt dat de advocaat van de vrouw de betekenis van het beding niet nadrukkelijk met hem heeft besproken en ook hier ontbreekt een bewijsaanbod. Op 9 augustus 2011 heeft de man een bespreking over het convenant gehad met de advocaat van de vrouw en de vrouw. Ter mondelinge behandeling bij de rechtbank heeft de man verklaard dat zij drieën toen het convenant bladzijde voor bladzijde hebben besproken. Ter mondelinge behandeling in hoger beroep heeft de man verklaard dat de advocaat van de vrouw tijdens die bespreking het convenant bladzijde voor bladzijde heeft doorgenomen, maar niet het bewuste artikel met het niet-wijzigingsbeding. De vrouw heeft dit laatste echter uitdrukkelijk betwist. Zij houdt staande dat elk artikel toen met de man is besproken, ook het artikel met het niet-wijzigingsbeding. Het betoog van de vrouw vindt steun in het e-mailbericht dat de man na afloop van de bewuste bespreking, dezelfde dag nog, van de advocaat van de vrouw heeft ontvangen. Dit e-mailbericht, waarbij het concept-convenant aan de man is toegestuurd, vermeldt onder meer:

“Het convenant is aangepast zoals besproken tijdens de bespreking dd. 09/08/2011 waarbij ook [verweerster] aanwezig was. Ik bevestig dat ik u uitleg heb gegeven bij de bepalingen in het convenant en dat u heeft aangegeven akkoord te gaan met de bepalingen zoals die nu in het concept-convenant staan. (…) Wat mij betreft kan de ondertekening van het convenant morgenmiddag om 17.30 uur plaatsvinden.”

Volgens dit e-mailbericht heeft de advocaat van de vrouw de man tijdens de bespreking op 9 augustus 2011 de bepalingen van het convenant uitgelegd. Weinig aannemelijk is dat een kernbepaling als het niet-wijzigingsbeding, een van de eerste bepalingen van het convenant, daarbij dan niet zou zijn uitgelegd.

Ter mondelinge behandeling bij de rechtbank heeft de man tevens verklaard dat hij vóór de ondertekening op 10 augustus 2011 van het convenant nog heeft gesproken met een kantoorgenoot van de advocaat van de vrouw en dat zij toen samen elke bladzijde van het convenant hebben doorgenomen en dat hij toen tegen deze kantoorgenoot heeft gezegd dat hij het snapte.

5.6
Het hof constateert dat partijen bij de besprekingen over het te sluiten convenant onder ogen hebben gezien dat de man in de nabije toekomst met FLO (functioneel leeftijdsontslag) zou gaan en dat de FLO-uitkering in aanvang circa 80% en na enige jaren 70% van het oude salaris zou bedragen. De vrouw heeft in eerste aanleg aangevoerd dat de man tijdens de besprekingen, waarin hem werd uitgelegd dat het niet-wijzigingsbeding slechts in zeer uitzonderlijke situaties kan worden doorbroken, telkens aangaf dat hij zou gaan bijverdienen als hij met FLO zou gaan. De man heeft de stelling van de vrouw dat hij tijdens de besprekingen heeft aangegeven te zullen gaan bijverdienen als hij met FLO zou gaan, niet weersproken, zodat van de juistheid van die stelling moet worden uitgegaan. Het feit dat partijen bij de besprekingen over het te sluiten convenant onder ogen hebben gezien dat de man met FLO zou gaan, wijst dan ook niet op een verkeerde voorstelling van zaken bij de man met betrekking tot het niet-wijzigingsbeding. De verwachting te zijner tijd te zullen gaan bijverdienen vormt een gerede verklaring voor het feit dat de man geen bezwaar zag om niettegenstaande het naderende FLO met het niet-wijzigingsbeding akkoord te gaan.

5.7
Gelet op het voorgaande heeft de man zijn betoog dat hij ten aanzien van het niet-wijzigingsbeding een onjuiste voorstelling van zaken had, onvoldoende aannemelijk gemaakt. Reeds om die reden faalt zijn beroep op dwaling. De eerste grief treft geen doel.

Misbruik van omstandigheden

5.8
De man heeft in eerste aanleg tevens een beroep gedaan op misbruik van omstandigheden. De rechtbank heeft ook dit beroep verworpen. Daartegen richt de man zijn tweede grief.

5.9
De man voert, kort samengevat, het volgende aan. De vrouw was bekend met de dyslexie van de man en zijn onervarenheid met het lezen en begrijpen van juridische teksten. Hij heeft geen eigen advocaat genomen omdat hij in de veronderstelling was dat de echtscheiding in onderling overleg zou worden geregeld en dat daarbij ook met zijn belangen rekening zou worden gehouden. Die veronderstelling mocht hij mede hebben omdat partijen waren overeengekomen de kosten van de advocaat van de vrouw bij helfte te dragen.
De vrouw heeft tegen een en ander gemotiveerd verweer gevoerd.

5.10
Het beroep van de man op misbruik van omstandigheden faalt. Van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 3:44 lid 4 BW is geen sprake. Zoals hiervoor geoordeeld, bestaat namelijk onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de man niet begreep waarvoor hij tekende. Het moge verder zo zijn dat de man erop heeft vertrouwd dat de advocaat van de vrouw ook zijn belangen zou behartigen, maar er is onvoldoende grond om dit vertrouwen te rechtvaardigen. Vast staat namelijk dat de advocaat van de vrouw de man uitdrukkelijk heeft meegedeeld uitsluitend voor de vrouw op te treden. Het feit dat partijen met elkaar hadden afgesproken de kosten van de advocaat van de vrouw te delen, vormt een onvoldoende rechtvaardiging voor de veronderstelling dat deze advocaat ook met de belangen van de man rekening zou houden. Voorts staat vast dat vrienden en familie van de man de man hebben geadviseerd een eigen advocaat in te schakelen. Desalniettemin heeft de man ervoor gekozen geen eigen advocaat te nemen en advies bij een bevriende leek in te winnen.

Ook de tweede grief is tevergeefs voorgesteld.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 8 september 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:6633