Afwijzing verzoek tot eenhoofdig gezag indien het risico bestaat dat een ouder door deze beslissing buiten spel wordt gezet.

Op basis van de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het hof van oordeel dat er onvoldoende grond bestaat om het gezamenlijk gezag te beëindigen. Het hof neemt daartoe in aanmerking dat niet aannemelijk is geworden dat bij voortzetting van het gezamenlijk gezag een onaanvaardbaar risico bestaat dat de minderjarigen klem of verloren dreigen te raken tussen de ouders. Hoewel tussen partijen niet in geschil is dat het reeds jaren geheel ontbreekt aan constructieve communicatie tussen hen, is niet vast komen te staan dat de vader, die feitelijk de dagelijkse beslissingen ten aanzien van de minderjarigen neemt, door de moeder in de uitoefening van het ouderlijk gezag wordt belemmerd. Dat de moeder contact heeft gezocht met een bevriende docente over de voortgang op school van [minderjarige 1] , is daartoe onvoldoende. Verder acht het hof niet uitgesloten dat in de situatie waarbij de vader belast wordt met het eenhoofdig gezag over de minderjarigen, de moeder, mede als gevolg van de moeizame verhouding tussen de ouders, steeds verder buiten spel wordt gezet. Dit geldt temeer nu bij het hof ter zitting de indruk is ontstaan dat de vader een passieve houding jegens de moeder aanneemt en geen ruimte lijkt te willen geven voor enige vorm van overleg. Het hof acht dit niet in het belang van de minderjarigen. Dat de minderjarigen te kennen hebben gegeven geen contact met de moeder te willen en niet willen dat de moeder geïnformeerd wordt over hun leven, leidt niet tot een ander oordeel. Het is immers niet aan de minderjarigen om over gezag- en omgangskwesties te beslissen, maar aan de ouders. Deze moeten op een verantwoorde manier invulling te geven aan hun ouderlijke verantwoordelijkheid. Tot slot is gebleken dat de moeder heel graag betrokken wil worden bij het leven van de minderjarigen. Het hof gaat er vanuit dat de vader zijn ter zitting gedane toezegging – dat hij de moeder regelmatig schriftelijk zal informeren en een foto van de minderjarigen zal toezenden – zal nakomen. Daarbij gaat het hof ervan uit dat de vader de moeder iedere twee maanden een kort verslagje zal toesturen of mailen. Nu voorts niet is gebleken dat beëindiging van het gezamenlijke gezag anderszins in het belang van de minderjarigen noodzakelijk is, zal het hof de bestreden bekrachtigen.

Gerechtshof Den Haag 23 december 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3683