Ouders beloven de kinderen niet meer te slaan met pollepel. OTS opgeheven

Een minderjarige kan ingevolge artikel 1:254 lid 1 BW onder toezicht worden gesteld van de stichting indien hij zodanig opgroeit dat zijn zedelijke of geestelijke belangen of zijn gezondheid ernstig worden bedreigd, en andere middelen ter afwending van deze bedreiging hebben gefaald of, naar is te voorzien, zullen falen.

Het hof is, met de raad en de stichting, van oordeel dat de door de ouders tot voor kort gehanteerde methode om de kinderen, nadat zij herhaalde malen een waarschuwing hebben genegeerd, met een pollepelachtige stok te slaan, in strijd is met de wet en dat gebruik van deze methode kan leiden tot het oordeel dat sprake is van een ernstige bedreiging van de zedelijke of geestelijke belangen of de gezondheid van de kinderen. De ouders hebben evenwel uitdrukkelijk aangegeven van deze methode afstand te hebben genomen. De raad en de stichting hebben aangegeven er niet aan te twijfelen dat de ouders deze methode inderdaad niet meer zullen toepassen. Dit betekent dat niet langer kan worden gezegd dat thans nog sprake is van een bedreiging als hiervoor bedoeld.

Gerechtshof Amsterdam, 22 juni 2010, LJN BM9745