Hof bekrachtigt beschikking rechtbank waarbij vervangende toestemming werd verleend voor vaccinaties tegen pneumokokken

De ouders voeren in het beroepschrift, zoals aangevuld ter zitting - kort samengevat - het volgende aan.
De kinderrechter heeft ten onrechte geoordeeld dat het noodzakelijk is dat de jeugdige alle vaccinaties uit het rijksvaccinatieprogramma krijgt en dat de belangen van het kind bij de inenting zwaarder wegen dan de geloofsovertuiging van de moeder. De vaccinatie voor pneumokokken is niet noodzakelijk. Deze vaccinatie behoorde tot medio 2006 niet tot het rijksvaccinatieprogramma. Daarenboven is het feit dat het rijksvaccinatieprogramma niet verplicht is een indicatie voor de noodzaak van de inenting. Bovendien hebben de leden van de geloofsgemeenschap van de moeder allen geen vaccinatie gehad en dit heeft tot op heden niet tot problemen geleid. Ook kan een besmetting met de pneumokokkenbacterie goed worden behandeld met antibiotica. Derhalve dient de geloofsovertuiging van de moeder te prevaleren boven de belangen van het kind bij de inenting.
De stichting heeft ter zitting aangevoerd dat de vaccinatie voor pneumokokken niet voor niets is opgenomen in het rijksvaccinatieprogramma. Een besmetting met pneumokokken heeft immers een enorme impact. Het kind niet inenten tegen pneumokokken is ook niet verantwoord ten opzichte van het pleeggezin waar kind verblijft. Niet duidelijk is waar de principiële bezwaren van de ouders tegen voornoemde inenting vandaan komen.
Ingevolge artikel 1:264 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan, indien een medische behandeling van een minderjarige jonger dan twaalf jaar noodzakelijk is om ernstig gevaar voor diens gezondheid te voorkomen en de ouder die het gezag heeft zijn toestemming daarvoor weigert, deze toestemming op verzoek van de stichting worden vervangen door die van de kinderrechter.
Het hof overweegt dat de moeder weliswaar heeft gesteld dat zij vanwege haar geloofsovertuiging de vaccinatie tegen pneumokokken afwijst, maar het hof gaat hieraan voorbij gezien voornoemde ernstige gevolgen van besmetting door pneumokokken en nu uit de uitleg die de moeder ter zitting heeft gegeven het hof niet is gebleken dat de geloofsovertuiging van de moeder de (hoofd)reden is voor de weigering. De moeder heeft weliswaar verklaard dat zij lid is van een gesloten gemeenschap - een soort Sinti-gemeenschap - onder leiding van een dominee en dat deze dominee - van wie de moeder de naam overigens niet wist - heeft gezegd dat de inenting tegen pneumokokken niet van de hand van God is, maar het hof is gebleken dat doorslaggevend voor de weigering van de moeder is - zoals zij ter zitting heeft verklaard - dat in 2006 op het journaal is geweest dat er ‘tracers’ in het vaccin werden gedaan.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch 26 januari 2010, LJN:
BL0931