Wanneer kan een gebruiksvergoeding worden gevraagd? Verschillende fasen onderscheiden.

Het hof overweegt als volgt. (De indeling in fasen heb ik zelf gemaakt om het onderscheid duidelijk te maken. Aan de tekst van de uitspraak werd niets veranderd, pvh)

Fase 1. Gedurende het huwelijk kunnen partijen over en weer geen aanspraak maken op een gebruiksvergoeding. Partijen dienen elkaar namelijk het nodige te verschaffen en onder het nodige te verschaffen wordt eveneens verstaan het verschaffen van woongenot.
Fase 2. Vanaf de periode van ontbinding van het huwelijk tot zes maanden daarna kan een partij het uitsluitend gebruik hebben van de echtelijke woning aan welk gebruik in redelijkheid verbonden kan worden dat degene die gebruik maakt van de woning de kosten voldoet alsmede een vergoeding betaalt gerelateerd aan de overwaarde van de woning.
Fase 3. Na afloop van de periode van zes maanden kan op basis van artikel 3:172, van het Burgerlijk Wetboek (BW) een gebruiksvergoeding worden toegekend. Deze gebruiksvergoeding staat in de visie van het hof los van de partneralimentatie aangezien een gebruiksvergoeding is gebaseerd op het gebruik kunnen maken van een boedelbestanddeel na de ontbinding van de gemeenschap. Indien deze gebruiksvergoeding van invloed is op de behoefte van de onderhoudsgerechtigde dient zij zelfstandig een verzoek tot herziening van de partneralimentatie in te dienen. Partneralimentatie en verdeling zijn verschillende leerstukken die niet door elkaar gehaald moeten worden.

Gerechtshof Den Haag 30 september 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3883