Toegewezen wrakingsverzoek. Er is sprake van samenloop van twee familierechtelijke, gevoelige procedures, waarbij dezelfde raadsheer betrokken is.

Volgens vaste jurisprudentie dient de rechter uit hoofde van zijn aanstelling te worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat de rechter jegens de verzoeker een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij de verzoekster dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

De wrakingskamer is van oordeel dat de samenloop van de twee familierechtelijke, gevoelige procedures, de een met betrekking tot de bewindvoering van de vader van verzoekster, de ander met betrekking tot de o.t.s. van haar zoon, een objectieve rechtvaardiging vormen voor haar (subjectieve) vrees dat de betrokken raadsheer een vooringenomenheid zou koesteren.

Hoewel de wrakingskamer op zichzelf van enige vooringenomenheid geenszins feitelijk is gebleken, leidt deze vaststelling tot toewijsbaarheid van het wrakingsverzoek.

Gerechtshof Den Haag 6 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2863