Ontzetting van vader uit het gezag wegens misbruik van het gezag en slecht levensgedrag

Naar het oordeel van het hof staat - (mede) naar aanleiding van de bevindingen van de raad en BJZ - vast dat vaders gedragingen zeer nadelige gevolgen hebben gehad voor de lichamelijke, seksuele, zedelijke en geestelijke ontwikkeling van [kind 1], [kind 2] en [kind 3], hetgeen wordt bevestigd door het feit dat er verschillende hulpverleningsinstanties zijn ingezet in verband met de voortdurende zorgen ten aanzien van de kinderen. [kind 1] ontvangt ambulante begeleiding en is daarnaast in behandeling bij een GZ-psycholoog voor een Post Traumatische Stress Stoornis (hierna: PTSS), welke behandeling onder meer is gericht op het door haar gestelde verleden van seksueel misbruik. Er zijn ernstige zorgen als het gaat om de seksuele normen en waarden van [kind 1]. Ook [kind 3] is gediagnosticeerd met PTTS, welke stoornis zich uit in angst, schrikachtigheid en controlebehoefte, en staat onder behandeling van Fier Fryslân. [kind 2] krijgt begeleiding vanuit het gezinshuis te [plaats] waar zij verblijft en voor haar is een diagnostisch onderzoek aangevraagd.

Op grond van het vorenstaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, is voldoende komen vast te staan dat de vader in het gezin op verschillende gebieden grensoverschrijdend gedrag heeft vertoond en dat de kinderen (en de moeder) hierdoor jarenlang in een zeer onveilige gezinssituatie hebben geleefd. De gedragingen van vader leveren naar het oordeel van het hof misbruik van het gezag of grove verwaarlozing van de verzorging en opvoeding van [kind 1], [kind 2] en [kind 3] en slecht levensgedrag op, zoals genoemd in artikel 1:269 lid 1 onder a en b BW. Het hof is, gelet op het vorenomschreven verwijtbare gedrag van de vader en in aanmerking genomen de nadelige gevolgen die de kinderen hiervan nog steeds ondervinden, van oordeel dat er nu en in de toekomst geen plaats meer is voor de uitoefening van het gezag over de kinderen door de vader. Het hof acht het dan ook in het belang van de kinderen noodzakelijk dat de vader van het gezag over [kind 1], [kind 2] en [kind 3] wordt ontzet.

Gerechtshof Leeuwarden 29 juli 2010, LJN: BN2926