Sharia huwelijk uitsluitend gesloten voor imam wordt niet erkend. Vordering van de vrouw om man te dwingen mee te werken aan "echtscheiding" door verstoting (talak/talaq) afgewezen.

4.1
Artikel 1:30 lid 2 BW bepaalt dat de wet het huwelijk alleen in zijn burgerlijke betrekking beschouwt. Een uitsluitend naar kerkelijk recht gesloten huwelijk is in Nederland niet geldig. Er bestaat geen verplichting tot erkenning van een dergelijk huwelijk. Art. 1:68 BW verbiedt het aangaan van een kerkelijk huwelijk voordat een burgerlijk huwelijk ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand is voltrokken. Het recht te huwen is een grondrecht dat wordt beschermd door art. 12 EVRM. Aan dit recht te huwen mogen procedurele en inhoudelijke voorwaarden gesteld worden zolang het recht niet in de kern wordt geraakt. Het verbod van artikel 1:68 BW is een procedurele voorwaarde en tast de kern van het grondrecht niet aan. Het EHRM heeft in de uitspraak van 2 november 2010, nr. 3976/05, bepaald dat de bescherming van de persoonlijke levenssfeer op grond van artikel 8 EVRM niet inhoudt dat Staten verplicht zijn een religieus huwelijk te erkennen. Het verbod van art. 1:68 BW valt binnen de reikwijdte van de door artikel 9 lid 1 EVRM beschermde godsdienstvrijheid. Er is echter sprake van een gerechtvaardigde inmenging als bedoeld in artikel 9, lid 2: het verbod van artikel 1:68 BW wordt bij wet in formele zin gesteld ter bescherming van de openbare orde, te weten het voorkomen van misverstanden over de aard van de plechtigheden, de controle op huwelijksbeletsels en de openbaarheid van het huwelijk. Dit is een legitiem doel. De gemaakte inbreuk is ook niet onevenredig en is noodzakelijk om dit legitieme doel te bereiken.

4.2.
Het door partijen op 22 februari 2002 gesloten Islamitische huwelijk heeft in Nederland derhalve geen civielrechtelijke gevolg. Het staat de vrouw vrij in Nederland in het huwelijk te treden. Zij wordt niet beperkt in haar door art. 12 EVRM beschermde recht. Er is ook geen sprake van inbreuk op de door art. 9 EVRM beschermde godsdienstvrijheid: het staat de vrouw vrij zich wel of niet aan de voorschriften van Islamitisch familierecht aangaande het huwelijk en de ontbinding daarvan (bijvoorbeeld door de zaak voor te leggen aan een Sharia rechtbank) te onderwerpen. Het valt daarom niet zonder meer in te zien dat de vrouw door de weigering van de man mee te werken aan ontbinding van dit huwelijk door Talak of Khula in enig door de Nederlandse rechtsorde beschermd belang wordt getroffen.

Rechtbank Rotterdam 6 januari 2016, ECLI:NL:RBROT:2016:8