Niet voldaan aan stelplicht t.a.v. gesteld gemis aan draagkracht.

Het is aan de man om gemotiveerd en gedocumenteerd aannemelijk te maken dat zijn door de rechtbank aangenomen verdiencapaciteit van € 24.000,-- vanaf 1 januari 2009 een volstrekt onjuist uitgangspunt is. Daarin is hij naar het oordeel van het hof niet geslaagd.
De voorlopige jaarstukken 2008 zijn naar het oordeel van het hof onvoldoende om zijn beslissing op te kunnen baseren. Over 2009 heeft de man in het geheel geen stukken met betrekking tot zijn onderneming in het geding gebracht. De man heeft in zijn beroepschrift aangekondigd dat hij met ingang van 1 augustus 2009 zijn winkelpand zou sluiten. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de advocaat van de man gesteld dat de man zijn bedrijf met ingang van 1 augustus 2009 daadwerkelijk heeft gestaakt en dat hij vanaf dat moment solliciteert en bezig is met een cursus. Enig bewijs van een en ander is niet bijgebracht, althans is hetgeen de man in het geding gebracht heeft daartoe onvoldoende. De man zelf heeft desgevraagd verklaard dat hij zijn boekhouder geen opdracht heeft gegeven tot het opmaken van een stakingsbalans en dat zijn onderneming nog steeds staat ingeschreven in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel. Hij stelt dat hij zijn bedrijf niet formeel heeft beëindigd maar daarmee “klussend” doorgaat om fiscale redenen. Op deze wijze stelt hij te voorkomen dat hij de in de onderneming opgebouwde fiscale oudedagsreserve met de belastingsdienst zal moeten afrekenen.
De man heeft tijdens de mondelinge behandeling voorts verklaard dat hij tot september 2009 een bijstandsuitkering voor zelfstandigen heeft ontvangen. Hij heeft daaromtrent geen enkel bewijsstuk in het geding gebracht, zoals een toekennings- beschikking, uitkeringsspecificaties of bankafschriften. De man heeft voorts gesteld dat hij daarna heeft geleefd van een belastingteruggave van € 3.400,-- over 2005 en van “kleine klusjes”. Van het een noch het ander heeft de man enig bewijs bijgebracht.
Op grond van de enkele sollicitatiebrieven van zeer summiere inhoud kan naar het oordeel van het hof niet worden aangenomen dat de man serieus solliciteert. Zijn stelling tijdens de mondelinge behandeling dat hij thans bij zijn sollicitaties wordt geholpen door het UWV, heeft hij evenmin onderbouwd. De opmerking van de man tijdens de mondelinge behandeling dat de vrouw er de oorzaak van is dat zijn tegelhandel geen succes is geworden omdat zij hem bij niemand heeft aanbevolen wordt als niet serieus gemeend terzijde gesteld.
Ook zijn stelling die er in essentie op neerkomt dat er sprake is van medische beperkingen die er aan in de weg staan dat hij volledig zou kunnen werken, heeft de man niet onderbouwd. De man heeft niet aannemelijk gemaakt dat zijn medische situatie thans wezenlijk anders is dan in het verleden en derhalve evenmin waarom hij, zoals hij stelt, maar niet heeft aangetoond, pas in januari 2010 een arbeidsongeschiktheidsuitkering heeft aangevraagd.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 16 maart 2010, LJN
BL7845