Van de moeder die geen afstand doet van geweldadige vader wordt het gezag over de kinderen beëindigd (voorheen o.a. ontheffing).

Gelet op het bepaalde in artikel 3 en 20 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind overweegt het hof dat bij het nemen van een beslissing tot ontheffing van het gezag van de ouders de belangen van het kind voorop staan. Het kind dat niet verblijft in het eigen gezin heeft recht op zekerheid, continuïteit en ongestoorde hechting in de alternatieve leefsituatie en duidelijkheid over zijn opvoedingsperspectief.

De moeder heeft in hoger beroep - kort gezegd - aangevoerd dat de problematiek die in het verleden speelde werd veroorzaakt door het gedrag van de vader. Thans is er, zo stelt de moeder, sprake van een geheel andere situatie, nu zij geen relatie meer heeft met de vader. Daarbij komt volgens de moeder dat er geen informatie bekend is waaruit geconcludeerd zou kunnen worden dat de moeder niet in staat is de kinderen alleen op te voeden en te verzorgen. De moeder is daarom van mening dat de kinderen bij haar teruggeplaatst kunnen worden.

Vast is komen te staan dat reeds voorafgaand aan de ondertoezichtstelling sprake was van zeer grote zorgen over de situatie van de kinderen bij de moeder en op vele fronten hulpverlening is ingezet. Ter zitting in hoger beroep heeft de moeder bevestigd dat zij tot medio 2014 een relatie met de vader heeft gehad, dit terwijl de kinderen reeds in 2012 uit huis zijn geplaatst en de moeder (ook) vanaf toen de mogelijkheid had om aan te tonen dat zij in staat is de kinderen een verantwoord opvoedingsklimaat te bieden. Het hof constateert dan ook dat de moeder, door tot medio 2014 bij de vader te blijven door wie volgens de moeder de problematiek (enkel) is ontstaan, nog twee jaar na de uithuisplaatsing van de kinderen in de voor haarzelf en de kinderen onveilige situatie is gebleven en reeds daarmee de mogelijkheden tot terugplaatsing zelf ernstig heeft belemmerd. Daarbij komt dat de moeder ook in 2013 de kans heeft gehad om tijdens de gezinsopname in de kliniek " [I] " te [J] te laten zien dat zij de kinderen een veilige en stabiele situatie kan bieden. Deze opname is echter voortijdig beëindigd nadat er (opnieuw) huiselijk geweld tussen de ouders had plaatsgevonden in bijzijn van de kinderen. Het hof volgt de moeder dan ook niet in haar standpunt dat zij onvoldoende kansen heeft gekregen.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 15 oktober 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:7963

Noot: Vanaf 1 januari 2015 is de Wet herziening kinderbeschermingsmaatregelen in werking getreden. Met deze wet zijn de ontheffing en de ontzetting van het gezag tot één maatregel (art. 1:266 lid 1 BW) samengevoegd (beëindiging gezag). Het gerechtshof past hier los van de wettelijke grondslag van het bepaalde in artikel 1:266 (oud) BW) eveneens de artikelen 3 en 20 van het IVRK toe. Het belang van het kind staat voorop. Het kind heeft het recht op zekerheid, continuïteit en ongestoorde hechting in de alternatieve leefsituatie en duidelijkheid over zijn opvoedingsperspectief.