Kosten werknemer aan werkgever voor gebruik auto worden niet meegenomen bij de bepaling van de draagkracht

Met betrekking tot zijn lasten heeft de man uitsluitend een grief aangevoerd (zijn tweede) tegen het niet in aanmerking nemen door de rechtbank van de aan de werkgever te betalen vergoeding € 1.534,-- per maand. Die post is hiervoor bij de bespreking van de behoefte van [minderjarige dochter] al aan de orde gekomen. Het hof volgt het in het rapport alimentatie- normen neergelegde advies om bij de vaststelling van het draagkrachtloos inkomen geen rekening te houden met een vergoeding als hier bedoeld. Het rapport alimentatienormen laat de mogelijkheid open om in gevallen waarin het gaat om een zeer hoog bedrag anders te beslissen. Daargelaten of in het onderhavige geval in relatie tot het inkomen sprake is van een zeer hoge vergoeding als in het rapport bedoeld, brengt deze passage het hof niet tot een ander oordeel. Dit advies acht het hof als regel niet van toepassing in een casus als de onderhavige, waarin de werknemer die de vergoeding betaalt dezelfde persoon is als de directeur groot aandeelhouder van de werkgever die de vergoeding ontvangt.
Van enige bijzondere omstandigheid, waarin aanleiding tot een ander oordeel zou moeten worden gevonden is niet gebleken.
Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 6 juli 2010, LJN:
BN0403