Aan de nakoming van de contactregeling verbonden dwangsom bij een 1:253a BW procedure.

Ingevolge artikel 1:253a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kunnen geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het ouderlijk gezag aan de rechter worden voorgelegd. In het geval van een geschil omtrent de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken kan de rechter, gelet op artikel 1:253a lid 2, aanhef en sub a, BW, een regeling vaststellen. Op grond van artikel 1: 253a lid 5 BW kan de rechter desverzocht en ook ambtshalve een door de wet toegelaten dwangmiddel opleggen.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank terecht en op goede gronden, die het hof overneemt en tot de zijne maakt, een dwangmiddel in de vorm van een dwangsom aan de nakoming van de vastgestelde contactregeling heeft verbonden. Het hof realiseert zich daarbij dat de dwangsombepaling onderdeel is van de regie-fase waarin de zaak zich thans bij de rechtbank bevindt; deze fase doorkruisen acht het hof niet wenselijk. Bovendien werpt het bij voornoemd V6-formulier d.d. 8 april 2016 gevoegd eindverslag begeleide omgangsregeling van KEC de Donderberg, maart 2016, niet een ander licht op de zaak voor wat betreft de houding van de moeder ten opzichte van de vader en de risico’s tot afbreuk van de omgang van de minderjarige en de vader ten gevolge van die houding.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 19 mei 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:1981