Verklaring voor recht dat de kinderen in strijd met het gezag in een ander land zijn achtergehouden en verplichte medewerking aan terugkeer van de kinderen naar Nederland. Combinatie dwangsom en verklaring voor recht niet mogelijk

De rechtbank gaat ervan uit dat de gewone verblijfplaats van de kinderen voor hun vertrek naar Egypte in Nederland was gelegen, en is derhalve op grond van artikel 8 Brussel II bis bevoegd om naar Nederlands recht op het verzoek te beslissen. Naar Nederlands recht zijn beide ouders met het ouderlijk gezag over de kinderen belast, waardoor de vader -door het tegen de wil van de moeder laten voortduren van het verblijf van de kinderen in Egypte- in strijd met de regels van het gezagsrecht handelt. Alvorens de vader de kinderen in Egypte hield had hij daarvoor toestemming van de moeder moeten verkrijgen, danwel het geschil van partijen over de verblijfplaats van de kinderen aan de Nederlandse rechter moeten voorleggen. De verklaring voor recht wordt verleend, met bepaling dat de vader gehouden is tot het verlenen van medewerking aan terugkeer van de kinderen in Nederland. Omdat verzocht is om een verklaring voor recht wordt het verzoek tot het opleggen van een dwangsom afgewezen.

Rechtbank 's-Gravenhage, 27 mei 2010, LJN BM5274