Schulden kun je niet verdelen.

6. Het hof overweegt als volgt. Op blz. 10 van zijn memorie van grieven geeft de man aan dat de volgende schulden tot de voormalige huwelijksgoederen gemeenschap behoren:
-
lening Postbank € 27.244,64
-
lening moeder man € 10.078,61
-
lening vader man € 700,00
-
lening van [naam derde] € 528,79

totaal € 38.552,04

7. De man stelt dat een bedrag van € 19.276,02 aan de vrouw moet worden toegedeeld.

8. Een schuld is geen goed, derhalve kan het hof de door de man gestelde schulden niet voor de helft aan de vrouw toedelen. Een schuld is een verplichting tot betaling. Als er sprake is van een gemeenschapsschuld dan valt deze in de wettelijke gemeenschap van goederen. Op grond van artikel 1:100 BW hebben beide deelgenoten een gelijk aandeel in de wettelijke gemeenschap van goederen en partijen zijn in beginsel gelijk draagplichtig met betrekking tot de gemeenschapsschulden. Afwijken van een gelijke draagplicht met betrekking tot schulden is slechts mogelijk indien er zeer uitzonderlijke omstandigheden zijn. Het enkele feit dat een echtgenoot zonder medeweten of instemming van de andere echtgenoot een schuld aangaat is onvoldoende om van een gelijke draagplicht af te wijken. Ook het feit dat de echtgenoot die de schuld niet is aangegaan niet door de geldlening is gebaat vormt in beginsel geen grond om voor een gelijke draagplicht af te wijken.

9. Als de man een gemeenschapsschuld voor meer dan de helft heeft betaald, ontstaat er van rechtswege een regresvordering op de vrouw. Het hof heeft niet kunnen vast stellen dat de man meer dan de helft van de gemeenschapsschulden uit privé vermogen heeft voldaan.

Gerechtshof Den Haag 7 maart 2017, ECLI:NL:GHDHA:2017:645