Hogere feitelijke woonlasten leiden niet tot aanpassing forfaitaire berekening bij kinderalimentatie

Voor de man

5.10
Anders dan de man stelt houdt het hof geen rekening met een extra woonlast van € 92,- per maand in verband met door de man betaalde onroerende zaakbelasting van de gezamenlijke woning. Gelet op het uitgangspunt van een forfaitair systeem dient daarvan slechts te worden afgeweken indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. De enkele omstandigheid dat de huidige woonlasten van de man hoger zijn dan het forfaitaire bedrag vormt naar het oordeel van het hof onvoldoende aanleiding voor afwijking van de richtlijnen van de Expertgroep Alimentatienormen.

Voor de vrouw

5.19
De vrouw heeft aangevoerd dat, in afwijking van de forfaitaire woonlast, rekening moet worden gehouden met haar werkelijke lasten van € 1.054,16 per maand. In het berekeningssysteem voor kinderalimentatie wordt met een forfaitair bedrag aan woonlasten rekening gehouden ter grootte van 30% van het netto besteedbaar inkomen van de onderhoudsplichtige. Gelet op het uitgangspunt van een forfaitair systeem dient daarvan slechts te worden afgeweken indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven. Evenals bij de man geldt dat de enkele omstandigheid dat de huidige woonlasten van de vrouw hoger zijn dan het forfaitaire bedrag naar het oordeel van het hof onvoldoende aanleiding vormt voor afwijking van de richtlijnen van de expertgroep.

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 december 2015, ECLI:NL:GHARL:2015:9947