Partnerbijdrage. grievende uitlatingen. lotsverbondenheid niet geeindigd.

In het algemeen geldt dat bij de beoordeling in een concreet geval of een zodanige situatie zich voordoet, terughoudendheid dient te worden betracht, mede gelet op het onherroepelijke karakter van zo'n beëindiging dan wel matiging.

Hetgeen de man heeft aangevoerd, is onvoldoende om te oordelen dat in redelijkheid niet langer van hem kan worden gevergd dat hij bijdraagt in het levensonderhoud van de vrouw, dan wel dat die onderhoudsverplichting zou moeten worden gematigd. Partijen zijn 26 jaar met elkaar gehuwd geweest. Na de beëindiging van hun relatie heeft de vrouw aan de man weliswaar afkeurenswaardige berichten gestuurd, maar deze handelwijze van de vrouw rechtvaardigt niet zulke ingrijpende gevolgen als de man beoogt. Bij dit oordeel betrekt het hof dat in de context van een echtscheiding en de nasleep ervan de emoties van de betrokkenen soms erg hoog kunnen oplopen. Dat neemt niet weg dat partijen inmiddels ruim zes jaren zijn gescheiden en dat met de kwetsende woordkeuze van de vrouw geen enkel redelijk doel is gediend. Het is dan ook raadzaam dat de vrouw zich in het vervolg van het doen van dergelijke uitlatingen onthoudt. Dat slechts door de houding van de vrouw de kinderen hem niet meer willen zien, heeft de man – tegenover de gemotiveerde betwisting door de vrouw – onvoldoende onderbouwd. De overgelegde e‑mailberichten van de vrouw aan de man en de kinderen met een jegens de man grievende inhoud acht het hof daartoe onvoldoende. Grief 1 in het incidenteel appel faalt.

Gerechtshof Amsterdam 1 december 2015, ECLI:NL:GHAMS:2015:5105