Geslaagd beroep op aanvaardbaarheidstoets. Wat zijn de criteria?

De aanvaardbaarheidstoets

5.17.
De man doet een beroep op de aanvaardbaarheidstoets. Bij het einde van het huwelijk waren er schulden die geleidelijk zijn afgelost. Doordat de man een wisselend inkomen heeft, stelt hij elke maand achter de feiten aan te hobbelen waardoor er nieuwe schulden worden opgebouwd. Volgens de man houdt hij -per 1 juli 2015 helemaal- minder dan 90% van de voor hem geldende bijstandsnorm over. De vrouw maakt bezwaar tegen het meenemen van de schulden.

5.18.
De rechtbank stelt voorop dat in die gevallen waar sprake is van schulden, andere lasten of een lager inkomen dan € 1.275,- netto per maand, de vaststelling van een bijdrage op basis van de tabel tot een onaanvaardbare situatie kan leiden voor de onderhoudsplichtige. Van een onaanvaardbare situatie is sprake indien de onderhoudsplichtige:
- bij de vast te stellen bijdrage niet meer in de noodzakelijke kosten van bestaan kan voorzien, of
- van zijn inkomen na vermindering van de lasten minder dan 90% van de voor hem geldende bijstandsnorm overhoudt.

5.19.
Het is aan degene die een beroep doet op de aanvaardbaarheidstoets om aan de hand van al zijn inkomsten en lasten inzichtelijk te maken of sprake is van een situatie zoals hiervoor omschreven. Ter onderbouwing van zijn stelling heeft de man een overzicht verstrekt van zijn lasten. Uit dit overzicht blijken de navolgende noodzakelijk en niet te vermijden lasten (alles netto en per maand):
- de huurlast van € 658,23, minus de huurtoeslag van € 101,- en te verminderen met de gemiddelde basishuur van € 227,-;
- de premie ZVW van € 143,98, minus de zorgtoeslag van € 68,- en te verminderen met de nominale premie ZVW van € 39,-;
- de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarigen van:
* 11 maart 2015 tot 1 juli 2015 van € 64,- per kind per maand;
* met ingang van 1 juli 2015 van € 25,- per kind per maand;
- de aflossing van de creditcard van € 206,-;
- de UWV invordering van € 100,-.
De overige door de man opvoerde lasten dienen naar het oordeel van de rechtbank uit de bijstandsnorm te worden voldaan.

5.20.
Rekening houdend met het voorgaande komen de totale lasten van de man voor de periode van 11 maart 2015 tot 1 juli 2015 op € 801,21 en voor de periode vanaf 1 juli 2015 op € 723,21.

5.21.
Zoals hiervoor overwogen moet de man in ieder geval 90% van de voor hem toepasselijke bijstandsnorm overhouden om de noodzakelijke lasten van zijn bestaan te kunnen voldoen. Na voldoening van zijn lasten resteert voor de man een ruimte van € 713,79 per maand (€ 1.515- € 801,21) voor de periode van 11 maart 2015 tot 1 juli 2015, € 318,79 per maand voor de periode van 1 juli 2015 tot 1 september 2015 (€ 1.042 - € 723,21) en € 261,79 per maand (€ 985- € 723,21) voor de periode na 1 september 2015, terwijl 90% van de op hem toepasselijke bijstandsnorm € 866,- per maand bedraagt. De man heeft aldus, rekening houdend met voormelde lasten, onvoldoende middelen van bestaan om in zijn bestaan te kunnen voorzien, reden waarom de rechtbank de hiervoor berekende bijdragen van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van hun minderjarige kinderen op nihil zal stellen.

Rechtbank Overijssel 18 september 2015, ECLI:NL:RBOVE:2015:5804