Terugbetaling van alimentatie. Wanneer kan dat in redelijkheid worden verlangd? Maatstaf en relevante omstandigheden.

Maatstaf

Volgens vaste rechtspraak (zie laatstelijk HR 6 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:232, NJ 2015/92) dient de rechter die een onderhoudsverplichting verlaagt met ingang van een vóór zijn uitspraak gelegen datum, steeds aan de hand van hetgeen ten processe is gebleken te beoordelen in hoeverre een daaruit voortvloeiende terugbetalingsverplichting in redelijkheid kan worden aanvaard. Hij is bij die beoordeling niet afhankelijk van een door de onderhoudsgerechtigde gevoerd, op die terugbetaling betrekking hebbend verweer.

Relevante omstandigheden

Bij die beoordeling is onder meer van belang:

a. de omvang van de eventuele terugbetalingsverplichting
b. hetgeen is gebleken omtrent de financiële situatie van partijen
c. in hoeverre de eerder betaalde bijdragen reeds zijn verbruikt,
d. of deze bijdragen in overeenstemming waren met de behoefte
e. het belang van de onderhoudsplichtige bij terugbetaling van de door hem te veel betaalde bijdragen
(vgl. onder meer HR 6 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:520, NJ 2015/132).

Hoge Raad 26 juni 2015, ECLI:NL:HR:2015:1742