Wijziging van een rechterlijke uitspraak over alimentatie. Vergissing van de rechter voldoende voor wijziging?

De Hoge Raad overweegt over art. 1:401 lid 4 BW het volgende. Voor wijziging van een rechterlijke uitspraak op de in deze bepaling genoemde grond is noodzakelijk, maar ook voldoende, dat de verzoeker aannemelijk maakt dat bij de uitspraak is uitgegaan van onjuiste of onvolledige gegevens en dat deze als gevolg daarvan van de aanvang af niet aan de wettelijke maatstaven heeft beantwoord. Daaronder moet mede worden begrepen het geval dat dit laatste is veroorzaakt door een vergissing van de rechter. De omstandigheid dat tegen de uitspraak waarvan wijziging wordt verzocht een rechtsmiddel openstaat of heeft opengestaan, staat aan toepassing van dit voorschrift niet in de weg. Hieruit vloeit voort dat de reikwijdte van art. 1:401 lid 4 in de rechtspraak ruim wordt opgevat.
Daaronder valt ook een geval als het onderhavige waarin het Hof weliswaar eerst de juiste feitelijke gegevens omtrent de uiteenlopende fiscale inkomens van de man over drie jaren in zijn beschikking heeft vermeld, doch vervolgens zijn oordeel, naar onmiskenbaar uit de beschikking blijkt, zonder enige redengeving slechts op een van deze jaarinkomens heeft gebaseerd, en aldus klaarblijkelijk toch van onvolledige feitelijke gegevens is uitgegaan. De klachten slagen. (ro. 3.4)
Hoge Raad 12 februari 2010, LJN
BK5026