Partijen hebben huwelijkse voorwaarden (koude uitsluiting). Natuurlijke verbintenis? Beoordelingsmaatstaf. (Le Miralda)

Bij de beoordeling van de middelen moet het volgende worden vooropgesteld. Wanneer een echtgenoot die met uitsluiting van elke gemeenschap is gehuwd, geheel of gedeeltelijk de tegenprestatie voldoet voor een goed dat op naam van de andere echtgenoot wordt geplaatst, of wanneer hij hem toebehorende geldbedragen op een rekening ten name van de andere echtgenoot zet, krijgt eerstgenoemde echtgenoot in beginsel jegens de andere recht op vergoeding van het nominale bedrag van de door hem aldus aan de andere echtgenoot verstrekte gelden. Dit kan anders zijn wanneer (1) tussen de echtgenoten anders is overeengekomen of (2) wanneer een en ander is geschied om te voldoen aan een natuurlijke verbintenis van de ene echtgenoot tot verzorging van de andere, terwijl ook niet is uitgesloten (3) dat uit goede trouw, of naar huidig recht uit redelijkheid en billijkheid, in verband met de omstandigheden van het geval anders voortvloeit (HR 30 januari 1991, NJ 1992, 191).

Dit brengt mee dat de vraag of sprake is van een natuurlijke verbintenis, naar een objectieve maatstaf moet worden beoordeeld en dat aan het subjectieve inzicht van degene die de prestatie voldoet, geen beslissende betekenis toekomt (vgl. HR 9 november 1990, NJ 1992, 212). Wel zal in het algemeen als een objectieve aanwijzing voor de aanwezigheid van een zodanige verbintenis mogen worden beschouwd de omstandigheid dat de prestatie bestond in het verstrekken door de man van gelden voor de aankoop van een geheel of mede op naam van de vrouw te plaatsen, gemeenschappelijke of alleen voor de vrouw bestemde woning, nu het voor de hand ligt dat een zodanige prestatie ertoe strekt te waarborgen dat de vrouw ook na het einde van het huwelijk in die woning kan blijven wonen en deze waarborg niet tot zijn recht zou komen, wanneer zij het gevaar loopt deze woning te moeten verkopen om aan een vergoedingsplicht jegens de man of diens erfgenamen te kunnen voldoen. Het verschaffen van een zodanige waarborg zal vaak naar maatschappelijke opvattingen kunnen worden beschouwd als een prestatie die aan de vrouw op grond van een dringende morele verplichting toekomt. Daarbij zal evenwel mede acht moeten worden geslagen op de omstandigheden van het geval, waaronder de wederzijdse welstand en behoefte van partijen.

In de eerste plaats heeft het Hof ter zake van het verschaffen van de gelden voor de aankoop van het appartement Le Miralda een natuurlijke verbintenis aangenomen op de grond dat het Hof, gezien de toenmalige 'situatie', het ervoor hield 'dat de man het een dringende morele verplichting achtte' ervoor te zorgen dat de vrouw nà een eventuele echtscheiding en in ieder geval na zijn overlijden (de man was 71 jaar oud en de vrouw nog slechts 61) over een behoorlijke woning in C. zou beschikken. Omtrent de door het Hof in aanmerking genomen 'situatie' heeft het Hof slechts vastgesteld dat de man ten tijde van de betaling volgens zijn stellingen reeds een echtscheiding overwoog, 'zij het dat hij nog aarzelde'. De verdere omstandigheden van het geval, zoals de wederzijdse welstand en behoefte van partijen, heeft het Hof niet in zijn overwegingen betrokken. In het bijzonder heeft het Hof de door het Hof zelf in zijn rov. 31 relevant geachte 'ruwe schatting van het vermogen van de vrouw' — waarvan de waarde volgens de Rechtbank, afgezien van de vergoedingsrechten van de man, ongeveer ƒ 2 000 000 bedroeg — achterwege gelaten, zoals het Hof zich ook niet heeft begeven in een schatting van het vermogen van de man, dat volgens de Rechtbank, afgezien van diens vergoedingsrechten, geheel ontbrak.

Hoge Raad 15 september 1995, ECLI:NL:HR:ZC1808

Noot:
In deze zaak heeft de Hoge Raad aangenomen dat de aankoop van een appartement voor de andere partner een natuurlijke verbintenis kan opleveren zij het dat in deze zaak de vrouw zodanig vermogend was dat niet voldaan was aan de tweede objectieve omstandigheid namelijk de behoefte van de vrouw. Bij de beoordeling van de vraag of er sprake is van een natuurlijke verbintenis gaat om een objectieve maatstaf. Aan het subjectieve inzicht van degene die de prestatie voldoet komt geen beslissende betekenis toe.