Toetsingsnorm wijziging gezag bij verstek

Het hof stelt vast dat de rechtbank in haar beschikking de verzoeken van de moeder heeft getoetst aan het criterium of deze onrechtmatig of ongegrond zijn. Dat is echter het toetsingscriterium in verstekzaken in de dagvaardingenprocedure (artikel 139 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).
Het hof stelt vast dat de bepalingen aangaande de verzoekschriftenprocedure een dergelijke verstekbepaling niet kennen. In een geval als het onderhavige waarin de belanghebbende geen verweer voert en niet ter zitting van de rechtbank verschijnt, dient de rechtbank niettemin haar beslissing te toetsen aan de wettelijke criteria voor een wijziging in het gezag als mede in de omgang zoals vastgesteld in artikel 1:253n respectievelijk artikel 1:377e van het Burgerlijk Wetboek (BW). Of de rechtbank dat heeft gedaan, blijkt niet uit de zeer summiere motivering van de beslissing.

Gerechtshof Den Bosch 24 maart 2011, LJN: BP9097