Wanneer verjaart een alimentatiebeschikking? Hoe moet men stuiten?

Het hof is van oordeel dat bij de (aangetekende) brief van 9 maart 2006, met verwijzing naar de bijgevoegde berekening, door de vrouw uitdrukkelijk en ondubbelzinnig aanspraak is gemaakt op betaling van achterstallige alimentatie vanaf 2000 tot aan 2006, te vermeerderen met rente en kosten. De man wordt vervolgens in deze brief gesommeerd tot betaling van het totaalbedrag, bij gebreke waarvan de vrouw executiemaatregelen zal treffen. Hiermee voldoet deze brief aan alle vereisten voor stuiting van de verjaring op grond van art. 3:325 lid 2 BW. Het feit dat partijen mogelijk na deze brief met elkaar in onderhandeling zijn getreden - zoals de man stelt - doet niet af aan de stuitende werking van genoemde brief. Dit betekent dat door de brief van 9 maart 2006 de verjaring is gestuit van alle vorderingen welke zijn opengevallen na 9 maart 2001, nu de verjaringstermijn van alimentatievorderingen 5 jaar bedraagt.
Hof 's-Hertogenbosch 11 augustus 2009, LJN
BJ7305