Dient afrekening van huishoudkosten jaarlijks plaats te vinden na afloop van ieder kalenderjaar of kan dat ook aan het einde van het huwelijk? Rechtsverwerking (Ter Kuile/Kofman)

Bij beoordeling van dit oordeel moet worden vooropgesteld dat in een geval waarin de kosten van de huishouding ten laste zijn gekomen van het inkomen van een echtgenoot die niet in die kosten behoefde bij te dragen, of in een geval waarin die kosten voor een groter bedrag ten laste van het inkomen van een echtgenoot zijn gekomen dan waartoe hij in die kosten moet bijdragen, aanleiding bestaat tot vergoeding door de andere echtgenoot. Afrekening ter zake zal in het algemeen niet plaatsvinden na iedere uitgave afzonderlijk. Tegen afrekening bij het einde van het huwelijk bestaat echter het praktische bezwaar dat de voor berekening van de over en weer verschuldigde bedragen benodigde gegevens veelal niet meer aanwezig zullen zijn. Het ligt daarom voor de hand aan te nemen dat de onderlinge afrekening periodiek plaats dient te vinden na het verstrijken van ieder kalenderjaar. Dit laatste ook omdat over die periode veelal de gegevens zullen moeten worden verzameld die nodig zijn voor het doen van aangifte voor de inkomstenbelasting.

Hoge Raad 29 april 1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1362

Noot: In deze uitspraak heeft de Hoge Raad aangenomen dat vergoedingen in het kader van de afrekening van kosten van huishouding, op straffe van rechtsverwerking, jaarlijks (na ieder kalenderjaar) te gelde moeten worden gemaakt.