Kinderalimentatie. Onvoldoende draagkracht.

Draagkracht man

3.10.3.
De man exploiteert sedert eind 2006 een carwash onderneming handelend onder de naam [wasstraat] Wasstraat [vestigingsplaats] . De man is franchisenemer van IPIC Nederland B.V. te [vestigingsplaats] . Blijkens de in eerste aanleg overgelegde aangiften inkomstenbelasting bedroeg de winst in 2010: € 21.197,-, in 2011: € 15.216,- en in 2012: € 10.071,-.
In hoger beroep heeft de man de aanslagen IB van 2008 tot en met 2013 overgelegd, uit welke aanslagen een verzamelinkomen blijkt van:
- in 2008: € 13.596,-
- in 2009: € 8.239,-
- in 2010: € 12.298,-
- in 2011: € 5.631,-
- in 2012: € 2.456,-
- in 2013: € 1.648,-.
Uit het eveneens in hoger beroep door de man overgelegde jaarrapport 2014 blijkt een nettoresultaat in dat jaar van € 5.754,-.
Blijkens de door de man overgelegde brief van IPIC Nederland B.V. d.d. 21 juli 2015 is de franchiseovereenkomst c.q. onderhuurovereenkomst met betrekking tot de exploitatie van [wasstraat] Wasstraat te [vestigingsplaats] met ingang van 31 augustus 2015 opgezegd.

3.10.4.
Het hof is van oordeel dat - wat ook moge zijn van de stelling van de vrouw dat de man, gelet op de verhouding onttrekkingen en vaste lasten van de man in 2013, onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt welke bedragen uit de onderneming zijn onttrokken - uit voormelde aanslagen inkomstenbelasting en het jaarrapport 2014 genoegzaam is gebleken dat (in ieder geval) met ingang van 9 september 2013 het netto besteedbaar inkomen van de man uitkomt op een bedrag lager dan € 1.250,- netto per maand, zodat het hof met ingang van die datum conform het verzoek van de man zal uitgaan van een minimumdraagkracht van € 25,- per maand. De derde grief van de man slaagt aldus.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 10 december 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:5178