Afbouw partneralimentatie; van de hoogopgeleide vrouw kan worden verwacht dat zij op termijn geheel in eigen levensonderhoud voorziet.

Met betrekking tot de mate waarin de vrouw zelf in deze behoefte kan voorzien - de behoeftigheid - overweegt het hof als volgt. Het hof is van oordeel dat de vrouw ernstig nalatig is geweest met betrekking tot haar inspanningen om - in ieder geval deels - in eigen levensonderhoud te voorzien. Zij is evenals de man afgestudeerd in computerwetenschappen. Er mag dan sprake zijn van de nodige veranderingen op dit gebied en van een grote investering qua tijd en financiën die de vrouw moet doen om zich op de arbeidsmarkt voor te bereiden, gebleken is echter dat de vrouw tot op heden geen enkele inspanning heeft gedaan om weer aan de slag te komen. Dit terwijl partijen vanaf 2009 uit elkaar zijn en onweersproken is dat het voor de vrouw duidelijk was dat van haar verwacht werd dat zij weer aan het werk zou gaan. Gezien de aard van haar academische opleiding, haar werkervaring tot 2000 en het tekort aan IT specialisten, is het hof van oordeel dat de vrouw zich tot het uiterste moet inspannen om in haar eigen levensonderhoud te voorzien en dit ook binnen afzienbare termijn zal kunnen. Een afbouw van de alimentatie zoals door de rechtbank vastgesteld, acht het hof dan ook alleszins redelijk.

Gerechtshof Den Haag 4 november 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:3132