Hoe kan de behoefte van kinderen uit verschillende relaties worden berekend?

De wetgever maakt geen onderscheid in prioritering tussen kinderen en stiefkinderen. De rechtbank gaat daarom voorbij aan de stelling van de vrouw dat de keuzes van de man geen gevolgen mogen hebben voor de alimentatieverplichting jegens de twee kinderen van partijen en zal zijn onderhoudsverplichting op grond van de wettelijke maatstaven jegens alle vier kinderen beoordelen. De jurisprudentie die de vrouw daaromtrent heeft aangevoerd, ziet op situaties die niet geheel vergelijkbaar zijn met de onderhavige situatie en heeft bovendien bijna geheel betrekking op de periode vóór de wetswijziging. In die periode was er nog geen sprake van een wettelijke voorrangsregeling voor alimentatie voor kinderen en stiefkinderen.

De rechtbank ziet aanleiding de behoefte van alle kinderen afzonderlijk vast te stellen, nu sprake is van verschillende onderhoudsplichtigen. De behoefte van de minderjarige kinderen van partijen [kind 1 en kind 2] aan een alimentatiebijdrage van de man heeft de rechtbank in de voormelde beschikking van 11 juni 2008 vastgesteld op € 265,-- per kind per maand en bedraagt geïndexeerd thans € 281,67 per kind per maand. De vrouw geniet een bijstandsuitkering en kan gelet op de hoogte van haar huidige inkomsten en lasten niet bijdragen in de behoefte van deze beide kinderen.

Voor het bepalen van de behoefte van [kind 3] gaat de rechtbank enkel uit van de hoogte van het inkomen van de partner van de man. De man heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er geen sprake is van een onderhoudsplichtige vader van [kind 3], nu diens vader hem niet heeft erkend en voldoende aannemelijk is geworden dat geen sprake is geweest van family life tussen [kind 3] en zijn biologische vader. Na zijn geboorte vormde [kind 3] een gezin samen met zijn moeder. Dat de man inmiddels onderhoudsplichtig is geworden voor [kind 3] dient er niet toe te leiden dat thans van een hogere behoefte wordt uitgegaan. Weliswaar kan gezegd worden dat [kind 3] inmiddels tot een gezin behoort waarin sprake is van twee onderhoudsplichtige volwassenen met inkomen, maar de rechtbank acht het niet redelijk ten opzichte van de kinderen van partijen van een hogere behoefte van [kind 3] en de daarbij passende draagkrachtverdeling uit te gaan.

Voor de bepaling van de behoefte van [kind 4] gaat de rechtbank uit van het gezinsinkomen van de man en zijn partner samen en de tabel voor twee kinderen, omdat [kind 4] vanaf zijn geboorte woonachtig is geweest in een gezin met twee ouders en een oudere broer.

Volgt berekening volgens Trema normen etc.

Rechtbank Zutphen 20 juli 2010, LJN: BN1817