Niet-wijzigingsbeding kinderalimentatie blijft in stand

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. Uit het huwelijk zijn geboren [minderjarige 2] op [geboortedatum] en [minderjarige 1] op [geboortedatum]. Bij beschikking van 1 oktober 2008 van de rechtbank Leeuwarden is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Het huwelijk is ontbonden op 16 oktober 2008 door inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand. Partijen hebben met betrekking tot de financiële afwikkeling van het huwelijk afspraken gemaakt die zijn vastgelegd in een echtscheidingsconvenant dat aan voormelde beschikking van 1 oktober 2008 is gehecht.

Dit convenant bevat onder meer de volgende bepalingen:
1.4.
Met ingang van 1 juni 2007 betaalt de man aan de vrouw maandelijks, voor zover de termijnen niet zijn verstreken, bij vooruitbetaling een bijdrage voor de kinderen van € 510,00 per kind. Deze bijdrage zal zijn onderworpen aan de wettelijke indexering als bedoeld in artikel 1 :402a 8W, voor het eerst per 1 januari 2009. Deze regeling blijft gehandhaafd als de kinderen na hun achttiende verjaardag nog bij de vrouw wonen, tenzij het betreffende kind zich daartegen zal verzetten.

1.5
Aan een minder- of meerderjarig kind dat zelfstandig woont, betaalt de man een bijdrage in de kosten van verzorging en levensonderhoud of studie en levensonderhoud rechtstreeks aan het kind zelf. Ten behoeve van [minderjarige 2] zal dit tot [zijn meerderjarigheid] en ten behoeve van [minderjarige 1] tot [zijn meerderjarigheid] zijn de in artikel 1.4 bepaalde alimentatie. De (jong)meerderjarige kinderen van partijen hebben het recht om nakoming van deze overeenkomst te vorderen. De ondertekening van dit convenant geldt tevens als aanvaarding van deze overeenkomst door de partijen als wettelijk vertegenwoordigers van hun minderjarige kinderen.

1.6
Voorts zal de man aan de vrouw over de periode 1 juni 2007 tot de datum waarop de kinderen niet meer in de echtelijke woning wonen aan reiskosten [woonplaats man]-[woonplaats vrouw] vice versa betalen een bedrag van € 40,00 per kind per maand, alsmede vanaf 1 juni 2007 voor zijn rekening nemen tenminste de helft van de kosten van (school/vakantie)kamp(en) en bijzondere kosten van ieder van de kinderen zo over die kosten door de vrouw met hem is gesproken en die ook zijn instemming hebben. ….(….)….

1.8
De in artikel 1.4 en 1.5 bepaalde alimentatie kan ten behoeve van [minderjarige 2] tot [zijn meerderjarigheid] en ten behoeve van [minderjarige 1] tot [zijn meerderjarigheid] niet bij rechterlijke uitspraak worden verlaagd op grond van een wijziging van omstandigheden aan de zijde van de man en/of de vrouw.

De rechtbank dient in de eerste plaats te beoordelen of het in het convenant in artikel 1.8 opgenomen niet-wijzigingsbeding met betrekking tot de kinderalimentatie in strijd is met de wet. De rechtbank stelt in het algemeen vast dat het ouders gedurende het huwelijk vrij staat om afspraken te maken met betrekking tot de bijdragen die zij voor hun kinderen voldoen, mits deze voldoen aan de wettelijke maatstaven. Dit betekent met name dat partijen rechtsgeldig kunnen overeenkomen dat een afgesproken bedrag aan kinderalimentatie later niet mag worden verlaagd. Een beding dat inhoudt dat bij een toename van de inkomsten van de alimentatieplichtige de alimentatie niet kan worden verhoogd acht de rechtbank in strijd met de wettelijke maatstaven. Een dergelijk beding hebben partijen echter niet gemaakt.

De rechtbank is van oordeel dat het door partijen opgenomen niet-wijzigingsbeding niet in strijd is met het bepaalde in artikel 1:400 tweede lid BW. Uit het convenant volgt niet dat partijen bij het maken van de afspraken over de kinderalimentatie bewust zijn afgeweken van de wettelijke maatstaven. Uit de inhoud van artikel 1.8 blijkt voorts niet dat de overeengekomen alimentatie ten behoeve van [minderjarige 2] tot [zijn meerderjarigheid] en ten behoeve van [minderjarige 1] tot [zijn meerderjarigheid] bij rechterlijke uitspraak kan worden verlaagd. Uit artikel 1.8 volgt juist dat de alimentatie kan worden verhoogd op grond van een wijziging van omstandigheden aan de zijde van de man en/of de vrouw. Het is naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet onredelijk of onbillijk dat de vrouw thans de man aan het beding houdt. De rechtbank zal de verzoeken van de man dan ook afwijzen.

Rechtbank Noord-Nederland, 12 november 2014, ECLI:NL:2014:5453