Moeder en nieuwe partner zijn volgens AIVD aanhangers van het jihadistische gedachtegoed van ISIS en hebben contacten met ISIS strijders. Er dreigt afreizen naar Syrie. Verlenging machtiging uithuisplaatsing.

10. Drie dagen voor de zitting bij de kinderrechter (op 15 december 2015) is er bij de raad een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst ingekomen. Daarin staat onder meer het volgende vermeld. De moeder is naar islamitisch recht gehuwd met [X] . Hij typeert zichzelf als een moslimfundamentalist die de democratische rechtsorde afwijst en de islam als enige waarheid ziet. Hij onderwerpt zich volledig aan de sharia en zou daarom graag in een land leven waarin de islam de staatsgodsdienst is. Na een veroordeling tot negen jaar gevangenisstraf is [X] voor diverse misdrijven waaronder het voorbereiden van moord met een terroristisch oogmerk veroordeeld. Hij kan Nederland op dit moment niet verlaten in verband met zijn voorwaardelijke invrijheidsstelling. [X] koestert hierdoor een diepgewortelde haat jegens de Nederlandse staat en zijn bewindspersonen. [X] onderwijst de moeder in zijn radicale interpretatie van de islam. Zij onderschrijft zijn radicale denkbeelden. Beiden zijn aanhangers van het jihadistische gedachtegoed van ISIS en hebben contacten met ISIS strijders. De moeder wordt door [X] beïnvloed om te vertrekken uit Nederland, maar zij zegt dit alleen te willen doen als zij haar kinderen kan meenemen.

11. Het hof constateert gelet op het vorenstaande dat, hoewel de moeder zich er telkens op beriep volledige openheid te geven over haar situatie, zij er bewust voor heeft gekozen om haar relatie en huwelijk met [X] te verzwijgen. Daarmee heeft zij het opstellen van een deugdelijk veiligheidsplan gefrustreerd en twijfel veroorzaakt over haar betrouwbaarheid. De zorgen die er zijn rondom het mogelijk uitreizen van de moeder met de minderjarigen naar Syrië zijn, gezien het recente ambtsbericht, onverminderd aanwezig. De enkele mededeling van de moeder dat deze dreiging niet reëel is, maakt dit niet anders. De stelling van de moeder dat zij samen met [X] wenst te wonen in De Malediven acht het hof niet aannemelijk, mede gezien voormeld ambtsbericht. Van de moeder mag gezien de ontstane situatie verwacht worden dat zij volledig open is over haar relatie met [X] . Voor zover de – niet nader onderbouwde – angst van de moeder op eerwraak vanwege haar huwelijk naar islamitisch recht met [X] reëel zou zijn, had het naar het oordeel van de moeder juist op haar weg gelegen om de raad en de gecertificeerde instelling daaromtrent te informeren. De raad en de gecertificeerde instelling hadden dan maatregelen kunnen nemen. Door het huwelijk te verzwijgen, heeft de moeder niet in het belang van de minderjarigen gehandeld. Tevens neemt het hof in aanmerking dat sprake is van hevige echtscheidingsproblematiek. De onderlinge verhoudingen tussen de ouders, en daarnaast hun familieleden, zijn ernstig verstoord, en de ouders communiceren onderling niet. Daarbij geeft de vader te kennen dat [X] zich niet mag bemoeien met de minderjarigen. Die aanhoudende echtscheidingsproblematiek leidt bij de minderjarigen tot loyaliteitsproblemen. Zij komen in de knel. Dit is onder meer tot uiting gekomen doordat de schoolresultaten van de minderjarigen de afgelopen periode hebben geleden onder de situatie. De minderjarigen kampen met angsten, hetgeen [minderjarige 1] ook kenbaar heeft gemaakt aan het hof. Hij is bang dat zijn moeder hem mee zal nemen naar Syrië en heeft moeite met de huidige partner van de moeder. Alles in onderlinge samenhang bezien, is het hof van oordeel dat een terugplaatsing van de minderjarigen bij de moeder onder deze omstandigheden nog niet aan de orde is. De minderjarigen moeten in een stabiele situatie kunnen opgroeien waarin zij met beide ouders contact kunnen hebben en waarin hun veiligheid kan worden gewaarborgd. [minderjarige 1] heeft aangegeven dat het goed met hem gaat bij zijn oom en tante. Het hof acht het dan ook in het belang van de minderjarigen noodzakelijk dat hun verblijf bij de familie van de moederszijde wordt voortgezet.

Gerechtshof Den Haag 20 april 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1237