Vernietiging huwelijkse voorwaarden in verband met misbruik van omstandigheden

Artikel 3:44 lid 4 luidt als volgt:
Misbruik van omstandigheden is aanwezig, wanneer iemand die weet of moet begrijpen dat een ander door bijzondere omstandigheden, zoals noodtoestand, afhankelijkheid, lichtzinnigheid, abnormale geestestoestand of onervarenheid, bewogen wordt tot het verrichten van een rechtshandeling, het tot stand komen van die rechtshandeling bevordert, ofschoon hetgeen hij weet of moet begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden.
In deze zaak heeft de vrouw geaccepteerd dat de man ondanks zijn psychiatrische aandoeningen een akte van huwelijkse voorwaarden heeft ondertekend waarbij hij zichzelf kennelijk heeft benadeeld. Hoe dit laatste exact zit valt uit de beschikking van het gerechtshof niet af te leiden aangezien de gepubliceerde eindbeschikking een vervolg was op een tussenbeschikking waarvan de tekst niet werd gepubliceerd. Wel wordt duidelijk dat partijen al heel lang bij elkaar waren (er wordt melding gemaakt van een periode van 52 jaar) en de vrouw relatief kort na de totstandkoming van de huwelijkse voorwaarden de echtscheiding wilde regelen. Het gerechtshof Leeuwarden oordeelde als volgt:
Nu de vrouw niet in het leveren van tegenbewijs is geslaagd, komt het hof definitief tot het oordeel dat het er voor moet worden gehouden dat de man ten tijde van het ondertekenen van de akte van huwelijkse voorwaarden op 4 februari 2004 labieler was dan een gemiddeld mens en dat er in die zin sprake was van een bijzondere omstandigheid zoals in artikel 3:44 lid 4 B.W. bedoeld, waardoor hij werd bewogen tot het ondertekenen van de akte van huwelijkse voorwaarden op die dag. Het hof is voorts van oordeel dat de vrouw, die op de hoogte was van de hiervoor genoemde behandelingen van de man door de psychiaters Toering en Groen en de psychotherapeut G.H. Bos en het genoemde medicijngebruik door de man in de periode voorafgaand aan 4 februari 2004, wist althans had moeten begrijpen dat de man op 4 februari 2004 door die bijzondere omstandigheid werd bewogen.
De omstandigheid dat de vrouw de ondertekening van de man van de akte op 4 februari 2004 onder de genoemde omstandigheden heeft geaccepteerd, acht het hof voldoende voor zijn oordeel dat de vrouw de ondertekening door de man heeft bevorderd.
Tenslotte is het hof van oordeel dat de genoemde omstandigheden de vrouw hadden moeten weerhouden van de ondertekening van de akte van huwelijkse voorwaarden; er is echter niet gesteld of gebleken dat de vrouw enige poging daartoe heeft ondernomen.
Het hof is op grond van het voorstaande van oordeel dat de goederenrechtelijke overeenkomst van huwelijkse voorwaarden van 4 februari 2004 voor vernietiging vatbaar is.
Gerechtshof Leeuwarden, 9 maart 2010, LJN
BL7182